Kunnen perfectionisten ook gelukkig worden?

Boekrecensie: Veel  Geluk. Het grote geluksonderzoek. Hoe kunnen we ons geluk en dat van anderen versterken? Auteur: Bormans,  Luyten, Leijssen, Dezutter, Casalin en Van Meerbergen, (Uitgave: Lannoo, 2014), Voor meer informatie over dit boek, klik hier

Leo Bormans heeft dit boek geschreven in samenwerking met een handvol professoren. Meer dan 7500 (Belgische) respondenten hebben meegedaan aan een onderzoek over geluk. Meer dan 7500 (Belgische) respondenten hebben meegedaan aan een onderzoek over geluk. De bevindingen uit het onderzoek worden in het eerste deel van het boek gedeeld.

Deelnemers aan het onderzoek kregen regelmatig PPI’s in de vorm van positieve spreuken en instructies toegestuurd per mail. In één van de e-mails stond een spelfout. Dit leverde de onderzoekers een stroom van reacties op, variërend van “een vriendelijk wijzen op…” tot en met het opzeggen aan deelname aan dit universitaire onderzoek. De auteurs wijten deze reacties aan o.a. het perfectionisme van de deelnemer. Ze hebben dit gebruikt ter lering en vermaak door er een onderzoek aan perfectionisme te wijden. Eerst wordt uitgelegd waarom perfectionisme niet handig is voor geluk:

  1. Je neemt minder risico’s in plaats van nieuwsgierig te zijn en uitdagingen aan te gaan
  2. Je verliest energie aan het geven van kritiek en het vermijden ervan
  3. Je bent eigenlijk nooit tevreden want het kan altijd beter

Herkenbaar voor perfectionisten?

Vervolgens worden er in het boek tips gegeven. Sommige tips zijn echter voor echte perfectionisten bijna niet te harden zijn, zoals:

  1. Laat toe dat je je misschien een beetje dom voelt
  2. Geef dingen uit handen, ook als de dingen niet lopen zoals jij dat precies zou willen.
  3. Focus je op je eigen inzet en niet op het perfecte resultaat

Gelukkig citeert de auteur een wetenschapper, die stelt dat perfectionisme een cover up is voor angst. Tip voor de auteurs: geef tips hoe je kan werken aan die angst in plaats van tips te geven die perfectionisten toch niet opvolgen 🙂

Maar de strekking is helder: wil je gelukkig zijn of perfectionistisch? Het kan niet allebei.

Kunnen perfectionisten eigenlijk wel gelukkig worden? Ook hier is onderzoek naar gedaan. En het antwoord is ja, er is hoop. De onderzoekers gebruiken de zogenaamde SHI (Steen Happiness Inventory) om geluk te meten. Wat blijkt? Zelfs perfectionisten vertonen een stijgende lijn in de geluksgrafiek. Maar bereid je voor op een start met achterstand. Perfectionisten moeten harder werken in vergelijking met mensen die toch al positiever in het leven staan.

 

Een aantal theoretische uitgangspunten uit dit geluksonderzoek komen overeen met andere geluksboeken, zoals

  • iedereen heeft een basis geluksgevoel, ook wel je ‘set point van geluk’ genoemd
  • positieve emotie is het startpunt voor een opwaartse geluksspiraal in je leven, zoals beschreven in de ‘broaden- and build’ theorie van professor Fredrickson
  • een deel van je geluksgevoel wordt genetisch bepaald

Nieuw is dat nu niet zonder meer het onderzoek van dr. Lyubomirski wordt geciteerd als het gaat om hoevéél procent van ons geluksgevoel genetisch is bepaald. Volgens deze bekende driedeling wordt geluk voor 50% door je genen, 10% door omstandigheden en 40% door jezelf veroorzaakt. In dit boek worden onderzoeken genoemd waaruit blijkt dat het genetisch bepaalde gedeelte varieert tussen de 22% en de 80%! Maar welk percentage het ook is, het blijft het meest interessant om ons te richten op wat we zelf kunnen beïnvloeden. En wie weet wordt ook bewezen dat het andersom werkt: ons geluksgevoel verandert onze cel-herinnering en heeft daarmee ook invloed op de genen die we doorgeven!

Een ander nieuwigheidje is de variant op de behoefte piramide van Maslov. Maslov lanceerde deze behoefte piramide al in 1943. De meesten kennen Maslov uit de schoolboekjes: eerst moeten de fysieke behoeftes worden vervuld voordat behoeftes van een hogere orde kunnen worden vervuld, zoals behoefte aan zelfontplooiing.  Zeventig jaar later heeft publiceert Leijssen een dergelijke indeling maar noemt het geen piramide maar dimensies en noemt ‘Fysieke Gezondheid en Materieel Comfort’ geen behoefte maar basisvoorwaarden.

Zie hier de overeenkomsten en verschillen:

Maslov (1943) Leijssen (2013)
1 Fysiologische & Basis behoeftenals eten, slapen, drinkenVeiligheid, zekerheid Fysieke gezondheid& Materieel Comfort
2 Sociaal contact, erbij horen Goede relaties met anderen eneen plek in de samenleving
3 Erkenning, waardering, respect Zelfontplooiing, zelfwaardegevoel,zelfkennis en zelfaanvaarding
4 Zelfontplooiing en zelfverwerkelijking Deel uitmaken vaneen overstijgend geheel door levensprojecten

Is het oude wijn in nieuwe zakken? Waar Maslov wijst op een behoeften-hiërarchie, spreekt Leijssen van vier dimensies die niet noodzakelijkerwijs in een bepaalde volgorde vervuld dienen te worden, maar wel nauw samenhangen. Leijssen heeft de vierde dimensie ‘deel uit maken van een overstijgend geheel’ genoemd. Ze heeft het hier over van betekenis zijn voor anderen door creativiteit en spel, door het doorgeven van je kennis en door inspiratie. Het idee ‘ertoe te doen’ zullen de meesten wel herkennen als een prettige ervaring. Dit kan je bereiken door het idee dat je iets waardevols bijdraagt aan bijvoorbeeld je familie, je bedrijf of aan je school. Erbij wordt de waarschuwing gegeven dat je niet alle nadruk op één dimensie moet leggen, want anders wordt je alsnóg ongelukkig.

Je moet je wel een beetje door alle wetenschappelijke termen heen bijten, dat wil zeggen moeilijke woorden voor gemakkelijke dingen. Zoals ‘reflectief functioneren’. Dit betekent: ‘het vermogen om te begrijpen dat wijzelf, maar ook anderen, gemotiveerd zijn door mentale toestanden als gevoelens, gedachten, intenties, overtuigingen en behoeftes’. Je hoeft geen geleerde te zijn om te begrijpen dat anderen ook gewoon mens zijn, net als jij. Maar je moet wel een geleerde zijn om dit met zo’n definitie te omschrijven. En sinds wanneer zijn gevoelens een mentale toestand?

Deelnemers aan het geluksonderzoek werden gevraagd opdrachten uit te voeren in de praktijk. Deze opdrachten worden ‘positieve psychologie interventies’ (PPI’s)  genoemd worden. Bij PPI’s kun je denken aan:

  • Een dankbaarheidsdagboekje bijhouden
  • Bewust je aandacht richten op positieve aspecten van anderen of in gebeurtenissen
  • Tijd investeren in relaties met mensen die belangrijk voor je zijn
  • Tijd vrijmaken voor activiteiten waar je flow ervaart doordat je er helemaal in op gaat
  • Een plek geven aan moeilijke ervaringen, eventueel met hulp van anderen

Wil je meer inspiratie opdoen om jouw PPI’s in kaart te brengen? Kijk dan in het boek Geluk op het werk? Train je gelukscompetenties! of kom naar een Masterclass Geluk, of volg de opleiding tot werkgelukdeskundige! Data vind je op www.trainjegelukscompetenties.nl